(Vb. Bo. d.d. 18 februari 2000, nr. 7)

Het bestuur van het Productschap Zuivel;

Gelet op de artikelen 97, 98 en 100 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, de artikelen 15 en 19 van de Landbouwwet en de Overdrachtsregeling bevoegdheden Landbouwwet 1966, Algemeen;

Besluit :

Artikel 1

In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van de Zuivelverordening 1958, Terminologie, met dien verstande dat in deze verordening wordt verstaan onder :

ondermelk : het product dat is verkregen door het melken van een of meer koeien of geiten en zonder enige toevoeging uitsluitend afgeroomd is tot een vetgehalte van niet meer dan 0,10%;

ruwe caseïne : het niet in water oplosbare product dat uit ondermelk is verkregen door precipitatie, veroorzaakt door microbiële verzuring of toevoeging van zuren, leb of andere enzymen die de melk doen coaguleren, ongeacht of vooraf al dan niet een op ionenuitwisseling gebaseerde behandeling dan wel indikkingsprocédés zijn toegepast;

caseïne : het niet in water oplosbare gewassen en gedroogde product dat is verkregen uit ruwe caseïne of door precipitatie uit ondermelk, waarbij de precipitatie is veroorzaakt door microbiële verzuring of toevoeging van zuren, leb of andere enzymen die de melk doen coaguleren, ongeacht of vooraf al dan niet een op ionenuitwisseling gebaseerde behandeling dan wel indikkingsprocédés zijn toegepast;

caseïnaten : producten die verkregen zijn door het drogen van met neutraliserende stoffen behandelde caseïne/ruwe caseïne.

Artikel 2

  1. Met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens Verordening (EG) nr. 1255/1999 (PB EG 26 juni 1999, nr. L 160) kent het productschap aan producenten van caseïne of caseïnaten steun toe voor in Nederland tot caseïne of caseïnaten verwerkte hoeveelheden ondermelk.
  2. De steun wordt betaald op grond van een bij het productschap ingediende daartoe strekkende schriftelijke aanvraag door de producent van caseïne en caseïnaten. Voor deze aanvraag wordt gebruikgemaakt van het formulier waarvan het model door de voorzitter wordt vastgesteld.

Artikel 3

De producenten van caseïne en caseïnaten zijn verplicht de door het productschap onverschuldigd betaalde steunbedragen vermeerderd met rente terug te betalen. De rente wordt bepaald overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 of artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 411/88 (PB EG 13 februari 1988, nr. L 40) en loopt vanaf de datum van uitkering van de steun.

Artikel 4

De Zuivelverordening 1990, Steunverlening voor ondermelk die tot caseïne of caseïnaten wordt verwerkt, wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel 6

Deze verordening wordt aangehaald als de Zuivelverordening 2000, Steunverlening voor ondermelk die tot caseïne of caseïnaten wordt verwerkt.

Den Haag, 4 januari 2000

G. van den Berg
voorzitter

F. Beekman
secretaris

Goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Visserij bij beschikking nr. TRCJZ/2000/267 d.d. 31 januari 2000. Laatstelijk gewijzigd bij Verordening tot wijziging (8) van de Zuivelverordening 1998, Schoolmelk en tot wijziging (1) van de Zuivelverordening 2000, Steunverlening voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten wordt verwerkt (Vb. BO d.d. 4 augustus 2006, nr. 39).

TOELICHTING

Algemeen

In de Zuivelverordening 1990, Steunverlening voor ondermelk die tot caseïne of caseïnaten wordt verwerkt, zijn de nationale bepalingen opgenomen die noodzakelijk zijn om de regeling betreffende de communautaire steunverlening op ondermelk die wordt verwerkt tot caseïne of caseïnaten, tot uitvoering te brengen.

Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999, houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten, vervangt met ingang van 1 januari 2000 Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad en onder meer Verordening (EEG) nr. 987/68 van de Raad van 15 juli 1968, houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van steun voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten is verwerkt (PB EG 18 juli 1968, nr. L 169). Tevens is Verordening (EEG) nr. 2921/90 van de Commissie van 10 oktober 1990, betreffende de steunverlening voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten wordt verwerkt (PB EG 26 september 1990, nr. L 264) met ingang van 1 januari 2000 gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2654/1999 (PB EG 17 december 1999, nr. L 325).

In verband hiermee dient eveneens bovengenoemde verordening van het productschap te worden gewijzigd. Gezien het aantal noodzakelijke wijzigingen is er voor gekozen de verordening te vervangen door bovenstaande verordening.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In artikel 1 zijn de definities zoals opgenomen in de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 2921/90 verwerkt.

Artikel 2

De verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 804/68 zijn vervangen door verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1255/1999. Daar de hoogte van de steun wordt vastgesteld in euro’s, is het niet langer noodzakelijk een bepaling op te nemen over de hoogte van de steun in Nederlands courant.

De in Verordening (EEG) nr. 987/68  opgenomen verplichting voor de producenten van caseïne of caseïnaten om het steunbedrag rechtstreeks, of door bemiddeling van leveranciers van ruwe caseïne, door te geven in de aankoopprijs die aan de leveranciers van ondermelk wordt betaald, is komen te vervallen.

Aangezien de voorgestelde wijziging per 1 januari 2000 in werking dient te treden, is het noodzakelijk dat de verordening zo spoedig mogelijk in werking treedt. Derhalve is besloten om het ontwerp niet vooraf te publiceren.

Den Haag, 4 januari 2000

G. van den Berg
voorzitter

F. Beekman
secretaris