Zuivelverordening 2000, Bijzondere heffing dierziektebestrijding melkveehouderij (Vb. Bo. 1 juni 2001, nr. 23)

Verordening van het Productschap Zuivel van 21 februari 2001, houdende bijzondere heffing ten behoeve van dierziektebestrijding in de melkveehouderij (Zuivelverordening 2000, Bijzondere heffing dierziektebestrijding melkveehouderij)

Het bestuur van het Productschap Zuivel;

Gelet op artikel 126, eerste lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie en artikel 9 van de Instellingsverordening Produktschap Zuivel;

Besluit:

Artikel 1

In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van de Zuivelverordening 1958, Terminologie, met dien verstande dat wordt verstaan onder:

melk: in Nederland gewonnen melk;

ontvanger van melk: de natuurlijke of rechtspersoon die bedrijfsmatig melk ontvangt van één of meer melkveehouders en terzake betalingen aan de desbetreffende melkveehouders verricht.

Artikel 2

  1. Aan melkveehouders kan een bijzondere heffing worden opgelegd ten behoeve van het Fonds dierziektebestrijding runderen PZ - PVV over de op hun bedrijf gewonnen en door hen aan een ontvanger van melk geleverde hoeveelheden melk. 

  2. Een bijzondere heffing, als bedoeld in lid 1, kan worden opgelegd als de middelen in het Fonds dierziektebestrijding runderen   PZ - PVV onvoldoende zijn om de kosten van een uitbraak van een besmettelijke dierziekte te financieren. 

  3. Het bedrag en de looptijd van de bijzondere heffing wordt door het bestuur bij verordening vastgesteld. 

  4. De inning en afdracht van de bijzondere heffing vindt plaats door de ontvanger van melk.

Artikel 3

  1. Met het oog op de inning en afdracht van de in artikel 2 bedoelde heffing kan aan de ontvangers van melk een heffing worden opgelegd ten behoeve van het Fonds dierziektebestrijding runderen PZ - PVV over de door hen van melkveehouders ontvangen melk 

  2. Het bedrag en de looptijd van de heffing wordt door het bestuur bij verordening vastgesteld.

Artikel 4

  1. Aan ondernemers van zuivelfabrieken en boerderij-zuivelbereiders kan een bijzondere heffing worden opgelegd ten behoeve van het Fonds dierziektebestrijding runderen PZ - PVV over de hoeveelheden melk, die op hun bedrijf zijn gewonnen en verwerkt in door hen geproduceerde en afgeleverde hoeveelheden boter, consumptiemelk, consumptiemelkproducten, kaas of andere producten. 

  2. Een bijzondere heffing, als bedoeld in lid 1, kan worden opgelegd als de middelen in het Fonds dierziektebestrijding runderen PZ - PVV onvoldoende zijn om de kosten van een uitbraak van een besmettelijke dierziekte te financieren. 

  3. Het bedrag en de looptijd van de bijzondere heffing wordt door het bestuur bij verordening vastgesteld.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 6

Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2000, Bijzondere heffing dierziektebestrijding melkveehouderij.

Amersfoort, 21 februari 2001

G. van den Berg
voorzitter

F. Beekman
secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 17 mei 2001 en door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 27 april 2001, nr. TRCJZ/2001/2798.

TOELICHTING

Algemeen

Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, het Productschap Vee en Vlees, het Productschap Pluimvee en Eieren en het Productschap Zuivel hebben op 13 juli 2000 het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten LNV - PVV - PPE - PZ gesloten. In dit convenant wordt de financiële verantwoordelijkheid van de betrokken veehouderijsectoren voor de wettelijk verplichte bestrijding van besmettelijke dierziekten geregeld voor de periode 2000 - 2004. De rundersector heeft daarbij een financiële aansprakelijkheid ten opzichte van het ministerie tot een maximum van fl. 500 miljoen aanvaard. De ondernemers krijgen van het ministerie een vergoeding als dieren moeten worden geruimd bij een uitbraak van een besmettelijke dierziekte.

Aangezien de bijdrage van de melkveehouderij in het geval van een ernstige uitbraak van bijvoorbeeld mond- en klauwzeer zeer hoog kan oplopen is er, naast fondsvorming op basis van de heffing Fonds gezondheidszorg voor runderen, voor gekozen om de bijdrage zeker te stellen door middel van een bankgarantie (fl. 400 miljoen), die kan worden ingeroepen in geval van een omvangrijke dierziekte-uitbraak.

Deze verordening voorziet in de mogelijkheid om naast de heffing Fonds gezondheidszorg voor runderen een bijzondere heffing op te leggen. De opbrengst van de heffing wordt aangewend om het met de ingeroepen bankgarantie corresponderende bedrag bijeen te brengen. De hoogte van de heffing, alsmede de looptijd zullen, rekening houdend met de omstandigheden, nader door het bestuur bij verordening worden geregeld. In geval de maximale bijdrage nodig is, kan, uitgaande van een jaarlijkse melkproductie in Nederland van 10 miljard kg melk, de heffing bijvoorbeeld worden vastgesteld op fl. 2,00 per 100 kg melk bij een looptijd van twee jaar.

Voor wat betreft het systeem van de heffing wordt aangesloten bij de bestaande heffing gezondheidszorg voor runderen en de heffing melkveehouderij van het Productschap Zuivel.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

De heffing wordt uitsluitend opgelegd over in Nederland geproduceerde hoeveelheden melk.

Artikel 2

Aan melkveehouders kan een bijzondere heffing worden opgelegd over de op hun bedrijf gewonnen en geleverde hoeveelheden melk. De hoogte van de heffing, alsmede de looptijd zullen nader bij verordening worden geregeld.

Artikel 3

De inning en afdracht van de heffing aan het Productschap Zuivel vindt plaats door de ontvangers van melk (zuivelfabrieken en handelaren in melk).

Artikel 4

De heffing is tevens verschuldigd over melk die door de zuivelfabrieken en boerderij-zuivelbereiders op hun bedrijf is gewonnen en wordt verwerkt tot boter, consumptiemelk, consumptiemelkproducten, kaas en andere producten. De grondslag voor de heffing is de hoeveelheden verwerkte melk.

De verordening is ingevolge artikel 88, derde lid, van het EG-verdrag, inzake steunmaatregelen van de lidstaten, aangemeld bij de Commissie van de Europese gemeenschappen en goedgekeurd bij beschikking van 2 februari 2001 (steunmaatregel N 700/2000).

Amersfoort, 21 februari 2001

G. van den Berg
voorzitter

F. Beekman
secretaris