(Vb. Bo. 18 juli 2003, nr. 45)

Verordening van het Productschap Zuivel van 13 november 2002, houdende administratieve bepalingen ter zake van de uitvoering van taken van het Productschap Zuivel (Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen)

Het bestuur van het Productschap Zuivel;

Gelet op de artikelen 93, tweede lid, onder a en derde lid, 95, 104 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en de artikelen 5 en 7 van de Instellingsverordening Produktschap Zuivel;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

productschap : Productschap Zuivel;
melk : melk van runderen en geiten;
melkveehouderijbedrijf : bedrijf waarop bedrijfsmatig runderen en/of geiten worden gehouden;
ontvanger van melk : de natuurlijke of rechtspersoon die bedrijfsmatig melk ontvangt van één of meer melkveehouders en terzake betalingen aan de desbetreffende melkveehouders verricht;
zuivelfabriek : iedere inrichting of ieder geheel van inrichtingen, met uitzondering van boerderijzuivelbereiders, waarin bedrijfsmatig melk of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot producten welke, al dan niet na verdere bewerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen, dan wel uit melk verkregen producten worden verwerkt tot caseïne;
boerderijzuivelbereider : exploitant van een melkveehouderijbedrijf waarop bedrijfsmatig boter, consumptiemelk, consumptiemelkproducten, kaas of andere zuivelproducten worden bereid en dat overeenkomstig artikel 3 bij het productschap is geregistreerd;
voorzitter : voorzitter van het productschap;
heffingen : door het productschap bij verordening vastgestelde heffingen als bedoeld in artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

 

§ 2. Registratie van bedrijfsgenoten

Artikel 2

  1. Het productschap houdt een register van ontvangers van melk, zuivelfabrieken en boerderijzuivelbereiders.
  2. Ontvangers van melk, ondernemers van zuivelfabrieken en boerderijzuivelbereiders zijn verplicht aan het productschap terstond mededeling te doen van vestiging van hun bedrijf, van de naam, rechtsvorm en plaats van vestiging daarvan, zomede van wijzigingen daarin.

Artikel 3

  1. De exploitant van een melkveehouderijbedrijf wordt als boerderijzuivelbereider geregistreerd indien ten genoegen van het productschap wordt aangetoond dat gedurende het jaar voorafgaand aan de registratie slechts melk gewonnen op dat bedrijf, eventueel aangevuld met een ten hoogste gelijke hoeveelheid melk afkomstig van en gewonnen op ten hoogste twee andere melkveehouderijen, is verwerkt tot zuivelproducten.
  2. Indien een bedrijf niet overeenkomstig het eerste lid kan worden geregistreerd, wordt de exploitant van dat bedrijf als boerderijzuivelbereider geregistreerd indien deze zich tegenover het productschap verbindt slechts melk gewonnen op zijn bedrijf, eventueel aangevuld met een ten hoogste gelijke hoeveelheid melk afkomstig van en gewonnen op ten hoogste twee andere melkveehouderijen, te verwerken tot zuivelproducten.

Artikel 4

  1. De registratie als bedoeld in artikel 3 geldt voor de periode van een jaar, welke loopt van 1 april tot en met 31 maart, dan wel voor een kortere periode welke eindigt op 31 maart. De registratie wordt telkens voor een periode van een jaar verlengd mits is voldaan aan de voorwaarden neergelegd in artikel 3.
  2. De boerderijzuivelbereider dient, zodra niet meer is voldaan aan de voorwaarden neergelegd in artikel 3, hiervan het productschap terstond in kennis te stellen.
    Indien zich naar het oordeel van de voorzitter bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan kan de registratie worden verlengd.

§ 3. Verstrekken van gegevens (algemeen)

Artikel 5

Iedere natuurlijke of rechtspersoon, die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld, is verplicht:

    1. de door of vanwege het productschap in verband met zijn werkzaamheden gestelde vragen te beantwoorden of gevraagde gegevens te verstrekken;
    2. toe te laten dat leden van het personeel van het productschap, daartoe schriftelijk gemachtigd door de voorzitter, inzage krijgen van de boeken en bescheiden van de onderneming, de voorraden van de onderneming opnemen en de bedrijfsmiddelen bezichtigen. De volmacht geeft aan de aard van de onderzoeken, waarmee de gemachtigde belast is;
    3. een zodanige administratie te voeren als in verband met zijn werkzaamheden door het productschap wordt voorgeschreven en die administratie volledig en naar waarheid bij te houden en te bewaren.

Artikel 6

Indien de in artikel 5 bedoelde gegevens kennelijk van vertrouwelijke aard zijn, worden deze, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald, zonder toestemming van de belanghebbende

    1. slechts gebruikt ter vervulling van de taak van het productschap;
    2. niet onder aanduiding van de persoon of onderneming waarop zij betrekking hebben bekend gemaakt aan anderen dan de voorzitter, de secretaris of andere leden van het personeel van het productschap, en de met de financiële controle op het productschap belaste accountant en diens personeel, voor zover kennisneming van die gegevens voor die controle noodzakelijk is.

Artikel 7

Indien de in artikel 5, onder a, bedoelde verplichting niet wordt nagekomen, kan, ter dekking van de kosten verbonden aan het verzamelen door het personeel van het productschap, een vergoeding in rekening worden gebracht.

§ 4. Heffingen
Verstrekken van gegevens

Artikel 8

  1. Ontvangers van melk verstrekken jaarlijks voor 1 maart het productschap de gegevens ten behoeve van de vaststelling en oplegging van de over het voorafgaande kalenderjaar verschuldigde heffingen.
  2. Boerderijzuivelbereiders verstrekken jaarlijks voor 15 mei het productschap de gegevens ten behoeve van de vaststelling en oplegging van de over het voorafgaande tijdvak van 1 april tot en met 31 maart verschuldigde heffingen.
  3. Exploitanten van melkveehouderijbedrijven die de op hun bedrijf gewonnen melk leveren aan een ontvanger van melk die niet bij het productschap is geregistreerd, verstrekken jaarlijks voor 1 maart het productschap de gegevens ten behoeve van de vaststelling en oplegging van de over het voorgaande kalenderjaar verschuldigde heffingen.
  4. De in het eerste lid bedoelde opgave wordt jaarlijks voor 1 juli aangevuld met een verklaring van een registeraccountant, zoals bedoeld in artikel 55, juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants of een accountants-administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 36, juncto artikel 38 van de Wet op de Accountants-administratieconsulenten omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens.
    Op verzoek van het productschap worden de in het tweede en derde lid bedoelde opgaven jaarlijks voor 1 juli aangevuld met een verklaring van een registeraccountant, zoals bedoeld in artikel 55, juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants of een accountants-administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 36, juncto artikel 38 van de Wet op de Accountants-administratieconsulenten omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens.

Ambtshalve vaststelling gegevens

Artikel 9

  1. Indien de in artikel 8 bedoelde gegevens niet binnen de gestelde termijnen worden verstrekt, is de
    voorzitter bevoegd deze gegevens ambtshalve vast te stellen.
  2. De voorzitter kan ontheffing verlenen van het gestelde in artikel 8, vierde lid, eerste zin, indien de bedoelde gegevens op een andere, naar het oordeel van de voorzitter met voldoende waarborgen omtrent de juistheid van de gegevens omklede wijze, kunnen worden verstrekt.

Betaling voorschotten

Artikel 10

Ontvangers van melk maken uiterlijk zes weken na dagtekening van de desbetreffende nota van het productschap een voorschot over aan het productschap op de verschuldigde heffingen. Het voorschot wordt berekend over een twaalfde deel van de hoeveelheid melk die de grondslag is voor de vaststelling en oplegging van de desbetreffende heffingen over het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 11

Boerderijzuivelbereiders maken uiterlijk zes weken na dagtekening van de desbetreffende nota van het productschap een voorschot over aan het productschap op de in het tijdvak van 1 april tot en met 31 maart verschuldigde heffingen. Het voorschot wordt berekend over de hoeveelheid melk die de grondslag is voor de vaststelling en oplegging van de desbetreffende heffingen in het voorafgaande jaar.

Artikel 12

Bij belangrijke wijzigingen in productie, levering of ontvangst van producten die relevant zijn voor de vaststelling en oplegging van de desbetreffende heffingen, kan de voorzitter de bedragen van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde voorschotten aanpassen. Bij deze aanpassing wordt rekening gehouden met de aard en omvang van de hiervoor bedoelde wijzigingen.

Artikel 13

Het bepaalde in artikel 8, tweede lid en artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op ondernemers van zuivelfabrieken die bedrijfsmatig melk op hun bedrijf winnen en verwerken tot zuivelproducten.

Definitieve betaling

Artikel 14

De op grond van de opgaven bedoeld in artikel 8 of de ambtshalve vaststelling bedoeld in artikel 9 opgelegde heffingen worden verrekend met de in de artikelen 10 en 11 bedoelde voorschotten. Ontvangers van melk en boerderijzuivelbereiders maken uiterlijk zes weken na dagtekening van de desbetreffende nota de eventueel verschuldigde bedragen over aan het productschap.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 15

  1. Op overtreding van het bepaalde in artikel 2, tweede lid wordt een tuchtrechtelijke maatregel gesteld.
  2. De tuchtrechtelijke maatregel is een geldboete van ten hoogste € 4.500.

Artikel 16

De volgende verordeningen worden ingetrokken:
Zuivelverordening 1958, Algemene bepalingen;
Zuivelverordening 1958, Terminologie;
Zuivelverordening 1961, Registratie bedrijfsgenoten;
Zuivelverordening 1986, Registratie boerderijzuivelbereiders;
Zuivelverordening 1986, Vergoeding kosten;
Zuivelverordening 1995, Verschuldigde interest bij niet tijdige betaling van heffingen;
Zuivelverordening 1999, Inning heffingen.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganistie.

Artikel 18

Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen.

Amersfoort, 13 november 2002

G.A. Koopstra
voorzitter

F. Beekman
secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 18 december 2002 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 3 juli 2003, nr. TRCJZ/2002/12324.

Laatstelijk gewijzigd bij Verordening tot wijziging (2) van de Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen (Vb.Bo. 12 december 2008, nr. 100).

TOELICHTING

Inleiding

Het Productschap Zuivel heeft voor de uitvoering van de autonome taken en het opleggen en innen van heffingen een aantal verordeningen vastgesteld waarin aangelegenheden van administratieve aard zijn geregeld.

Het betreft hier de volgende verordeningen:
Zuivelverordening 1958, Algemene bepalingen
Zuivelverordening 1958, Terminologie
Zuivelverordening 1961, Registratie bedrijfsgenoten
Zuivelverordening 1986, Registratie boerderijzuivelbereiders
Zuivelverordening 1986, Vergoeding kosten
Zuivelverordening 1995, Verschuldigde interest bij niet tijdige betaling van heffingen
Zuivelverordening 1999, Inning heffingen

Deze verordeningen dienen overeenkomstig het overgangsrecht bij de wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie van 1 juli 1999 vóór 1 juli 2003 opnieuw te zijn vastgesteld. Aangezien de verordeningen grotendeels van oudere datum zijn bleek het nodig een aantal bepalingen te actualiseren en overbodige bepalingen te schrappen. De nog relevante bepalingen zijn ondergebracht in één verordening met als titel Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen.

Algemeen

De Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen is onderverdeeld in vijf paragrafen. Paragraaf 2 regelt de registratie van drie groepen van ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld. Paragraaf 3 regelt de verstrekking van gegevens en inzage in boeken en bescheiden van ondernemingen met het oog op de vervulling van de taak van het productschap. Deze bevoegdheid is gebaseerd op artikel 93, tweede lid, onder a, van de Wet op de bedrijfsorganisatie juncto artikel 5 van de Instellingsverordening Produktschap Zuivel.

Op grond van artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie kunnen heffingen worden opgelegd. Ten behoeve van het opleggen en innen van heffingen worden in paragraaf 4 voorschriften gegeven voor het verstrekken van gegevens, het ambtshalve vaststellen van gegevens, de betaling van voorschotten, en de definitieve betaling.

De regeling van deze onderwerpen in een verordening is voor het goed functioneren van het productschap noodzakelijk.

Artikelsgewijze toelichting

§ 2. Registratie van bedrijfsgenoten

Artikel 2

Ten behoeve van de uitvoering van zijn autonome taken en het kunnen opleggen van heffingen dienen ontvangers van melk, zuivelfabrieken en boerderijzuivelbereiders zich bij het productschap te laten registreren.

De begrippen ontvanger van melk, zuivelfabriek en boerderijzuivelbereider zijn in artikel 1 gedefinieerd.

Het productschap hanteert een systeem van heffingen waarbij de inning en afdracht van door melkveehouders verschuldigde heffingen plaatsvindt door zuivelfabrieken en andere ontvangers van melk (bijvoorbeeld handelaren in melk). De verordening voorziet daarom niet in een registratie voor melkveehouders.

Artikel 3

Deze bepaling regelt de voorwaarden voor registratie waaraan een bedrijf dient te voldoen om als boerderijzuivelbereider te worden geregistreerd. Deze voorwaarden zijn dat in het jaar voorafgaand aan de registratie slechts melk gewonnen op het bedrijf, eventueel aangevuld met een ten hoogste gelijke hoeveelheid melk afkomstig van en gewonnen op ten hoogste twee andere melkveehouderijbedrijven, is verwerkt tot zuivelproducten.

Het tweede lid biedt bedrijven die willen beginnen met de bereiding van zuivelproducten de mogelijkheid zich te laten registreren als boerderijzuivelbereider. Hiertoe moeten de ondernemers van deze bedrijven zich tegenover het productschap verbinden aan de voorwaarden te zullen voldoen.

Artikel 4

Voor boerderijzuivelbereiders loopt het administratieve jaar van 1 april tot en met 31 maart. Deze termijn sluit aan bij die welke geldt in het kader van de communautaire regeling superheffing welke door het productschap in medebewind wordt uitgevoerd. De registratie geldt voor een periode van een jaar wordt steeds verlengd zolang aan de voorwaarden van artikel 3 wordt voldaan.

Indien zich bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan kan toch tot verlenging van de registratie worden overgegaan. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan calamiteiten die zich op het desbetreffende bedrijf hebben voorgedaan.

§ 3. Verstrekken van gegevens

Artikel 5 en 6

Deze bepalingen geven voorschriften voor het verstrekken van gegevens en inzage in boeken en bescheiden van ondernemingen. Deze gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt voor de vervulling van de taak van het productschap

De vertrouwelijke behandeling van deze gegevens dient te worden gewaarborgd.
Van deze bevoegdheid maakt het productschap gebruik bij het vaststellen van de verschuldigde heffingen en voor het verzamelen van statistische gegevens.

Artikel 7

De kosten van de onderzoeken bedoeld in artikel 5, onder a, kunnen op de betrokken onderneming worden verhaald.

§ 4. Heffingen

Artikel 8

Dit artikel geeft voorschriften voor het verstrekken van gegevens door ontvangers van melk en boerderijzuivelbereiders. Door gebruik te maken van accountantsverklaringen kan de controle door het productschap worden vereenvoudigd. De opgavetermijn voor boerderijzuivelbereiders sluit aan bij die welke geldt in het kader van de regeling superheffing.

Artikel 9

De voorzitter kan de gegevens voor het opleggen van de heffingen ambtshalve vaststellen, indien de gevraagde gegevens niet binnen de voorgeschreven termijn worden verstrekt.

Artikelen 10 en 11

Deze bepalingen vormen de basis voor de door ontvangers van melk maandelijks te betalen voorschotten en de jaarlijks door boerderijzuivelbereiders te betalen voorschotten.

Artikel 12

De voorzitter is bevoegd de bedragen van de voorschotten aan te passen, indien er belangrijke wijzigingen in de grondslagen van de heffingen optreden.

Artikel 13

Voor het doen van opgave voor het vaststellen en opleggen van de heffingen en het betalen van voorschotten gelden voor (kleinschalige) zuivelfabrieken die de op hun bedrijf gewonnen melk verwerken tot zuivelproducten de bepalingen voor boerderijzuivelbereiders.

Artikel 14

De op grond van de jaarlijkse opgaven of ambtshalve vaststelling opgelegde heffingen worden verrekend met de betaalde voorschotten.

Bij niet tijdige betaling van de heffingen gelden de regels van het BW. In de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht zijn specifieke voorschriften voor bestuursrechtelijke geldschulden voorzien.

Artikel 15

Overtredingen van de verbodsbepalingen van deze verordening worden strafrechtelijk gehandhaafd. Op grond van artikel 104, eerste lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie, zoals dat bij K.B. (Stb. 2002, 642) in werking is getreden per 1 januari 2003 ligt het primaat voor de handhaving bij tuchtrechtelijke maatregelen Het voornemen bestaat om tot tuchtrechtelijke handhaving over te gaan als de nieuwe Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie in werking treedt.

Amersfoort, 13 november 2002

G.A. Koopstra
voorzitter

F. Beekman
secretaris

TOELICHTING (wijziging 1)

De wijzigingen onder A en B

Het Productschap Zuivel heeft voor de uitvoering van de autonome taken en het opleggen en innen van heffingen de Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen vastgesteld.

Op 25 juni 2003 is het Instellingsbesluit Productschap Zuivel in werking getreden. In het instellingsbesluit is melk gedefinieerd als melk van runderen en geiten, waardoor de geitenmelksector onder de werkingssfeer van het Productschap Zuivel komt. Het voornemen is aan deze sector administratieve heffingen en een bestemmingsheffing ten behoeve van het praktijkonderzoek op te leggen. Het opleggen en innen van de heffingen zal op dezelfde wijze plaatsvinden als thans bij de bedrijven die koemelk produceren en verwerken het geval is.

Met de wijziging onder A wordt in de definitie van productschap in artikel 1 verwezen naar de thans geldende naam Productschap Zuivel.

De wijziging onder B strekt ertoe het opleggen en innen van de heffingen voor de geitenmelksector mogelijk te maken. Hiertoe wordt in artikel 1 van de Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen een definitie voor melk opgenomen waarbij, in navolging van het Instellingsbesluit Productschap Zuivel, melk wordt omschreven als melk van runderen en geiten.

Tevens wordt een melkveehouderijbedrijf omschreven als een bedrijf waarop bedrijfsmatig runderen en/of geiten worden gehouden. Onder bedrijfsmatig wordt verstaan voor andere doeleinden dan voor eigen gebruik.

De wijziging onder C

Op grond van artikel 104 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, zoals dat bij KB (Stb 2002, 642) in werking is getreden per 1 januari 2003, wordt overtreding van het in deze verordening bepaalde tuchtrechtelijk gehandhaafd.

Op basis van berechtingsrapporten van de door het bestuur bij besluit aangewezen toezichthouder(s) worden door de voorzitter zaken aanhangig gemaakt bij het tuchtgerecht van het Productschap Zuivel.

Deze bepaling treedt in werking op het tijdstip dat de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2000 in werking treedt.

Zoetermeer, 17 september 2003

G.A. Koopstra
voorzitter

F. Beekman
secretaris

TOELICHTING (bij wijziging 2)

Het Productschap Zuivel heeft voor de uitvoering van de autonome taken en het opleggen en innen van heffingen Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen vastgesteld.

De wijzigingen beogen het opleggen en innen van de productschapsheffingen bij melkveehouders (houders van melkkoeien en melkgeiten), die de op hun bedrijf gewonnen melk leveren aan een ontvanger van melk die niet bij het productschap is geregistreerd, mogelijk te maken.

Zowel in de koemelksector als in de geitenmelksector vindt het opleggen en innen van de door melkveehouders verschuldigde heffingen in het algemeen plaats door de ontvangers van de melk. De ontvangers van melk die in Nederland hun bedrijf uitoefenen zijn geregistreerd bij het productschap (artikel 2).

Aangezien de heffingen voor melkveehouders zijn verschuldigd over in Nederland gewonnen melk, is het wenselijk om in die gevallen waarin het niet mogelijk is de heffingen via de ontvangers van melk op te leggen en te innen, de mogelijkheid te hebben om dit rechtstreeks bij de betrokken melkveehouders te doen.

Melkveehouders die hun melk leveren aan een ontvanger van melk die niet bij het productschap is geregistreerd, worden daarom verplicht jaarlijks opgave te doen van de hoeveelheid melk die is afgeleverd.
In de praktijk zal bij een beperkt aantal melkveehouders van deze mogelijkheid gebruik worden gemaakt, omdat in de koemelksector de registratie van de ontvangers thans verplicht is uit hoofde van de Europese melkquoteringsregeling.

Als gevolg van het vervallen van de algemene verplichting voor boerderijzuivelbereiders om een accountantsverklaring te overleggen (artikel 8, vierde lid), zullen de administratieve lasten voor deze bedrijven dalen.

Zoetermeer, 29 oktober 2008

G.A. Koopstra
voorzitter

F. Beekman
secretaris